|
Steven Jan Het wonderlijk’ verhaal, bezongen in dit lied Heb ik van horen zeggen dus bewijzen kan ik niet Nabij de binnenmuur van de oude stad Daar leefde Steven jan hij had de duivel in zijn hart De zwarte pokken namen zijn vrouw en ook zijn kind Het laatste restje waardigheid verdween bij Jan gezwind De kaarten en de drank namen het laatste dat hij had Maar toen keerde zijn lot hij zag de vreemde in het zwart. Refrein: Pak uw potten en uw pannen, verkoop al uw goed Maak uw geld op aan alle mooie dromen Geniet van het leven zolang het nog kan Want de donkere nacht zal ‘dra komen. Het kaartspel dat toen volgde werd Steven jan fataal Zijn huis, zijn land zijn trouwring hij verloor het allemaal. En zo ging Jan de deur uit de gelagkamer viel stil De vreemdeling, hij volgde Jan zijn ogen stonden kil Die tijd die daar op volgde Leek het Jan heel goed te gaan Met zakken vol met goud dat trok bedelaars wel aan En waar dat goud vandaan kwam is vaak over gedacht Maar het einde kwam snel nader in die vreemde donkere nacht Een plotselinge vuurzuil die uit de hemel scheen Verlichtte Steven jan het was de nacht dat hij verdween Bewoners uit het stadje zochten naar wat jan ooit was Men vond alleen een roetplek en daarnaast lag Jan zijn jas. Hij is nooit meer gevonden ’t was het eind van Steven Jan Een voorbeeld voor ons allen hoe het slecht aflopen kan Als ’s nachts het onweer davert en je kijkt heel erg goed Dan schijn je Steven Jan te zien als een waarschuwende gloed
|